Tapijtkever

Algemeen

De larven van tapijtkevers en pelskevers kunnen aanzienlijke schade veroorzaken aan wollen stoffen, bont, huiden, tapijten en opgezette dieren. Het gaat hierbij om producten van dierlijke oorsprong.

De meest voorkomende soorten zijn:

  • Gewone tapijtkever (Anthrenus verbasci L.)

  • Pelskever (Attagenus pellio L.)

  • Australische tapijtkever (Anthrenocerus australis Hope)

Van nature zijn de larven lijkenvreters en worden zij vaak aangetroffen in verlaten vogelnesten. In woningen schakelen zij over op textiel en andere dierlijke materialen. De volwassen kevers voeden zich buiten met stuifmeel en nectar en worden in de zomer vaak op bloemen gezien.

Een enkele kever in huis betekent niet automatisch dat er sprake is van een plaag; bestrijding is dan meestal niet nodig.


Uiterlijk

Larven

  • Goudbruin behaard

  • Gedrongen vorm

  • Lengte meestal 4–5 mm, bij pelskeverlarven tot 12 mm

  • Op het achterlijf opvallende haarbosjes

Kevers

  • Ovaal van vorm

  • Meestal 2–3 mm lang

  • Donkerbruin tot zwart met lichte vlekken

  • Pelskever: 4–5 mm, met witte vlekken op halsschild en dekschilden


Ontwikkeling

Tapijtkeverachtigen ondergaan een volledige gedaanteverwisseling:

  • Ei: 6–35 dagen

  • Larve: 2–12 maanden

  • Pop: 5–19 dagen

  • Volwassen kever: 7–41 dagen

De lange larvale fase is verantwoordelijk voor de meeste schade.


Leefwijze

  • Meestal 1 generatie per jaar, soms tot 3

  • Larven leven verborgen op donkere, droge en moeilijk bereikbare plaatsen

  • Kevers worden aangetrokken door licht

  • Verspreiding vindt plaats doordat kevers naar buiten vliegen


Schade

Larven veroorzaken schade door:

  • Gaten in wol, tapijt en kleding

  • Aantasting van bont, huiden en opgezette dieren

  • Structurele schade bij langdurige aanwezigheid


Wering en bestrijding

Textiel

  • Reinigen bij minimaal 60 °C gedurende 30 minuten

  • Invriezen gedurende ± 2 weken bij < –10 °C

  • Kleding niet behandelen met insecticiden

  • Baby- en kindertextiel nooit chemisch behandelen

  • Voor langdurige opslag: gebruik toegelaten mottenwerende middelen


In gebouwen

Bestrijding kan plaatsvinden met middelen op basis van:

  • Permethrin

  • Deltamethrin

  • Cyfluthrin

Toepassing op:

  • Kieren en naden

  • Onder plinten

  • Onder meubels

  • Randen van vloerbedekking

Indien nodig wordt de behandeling na 8 weken herhaald.

⚠️ Contact met voedsel, speelgoed en huisdieren moet altijd worden voorkomen.


Bron opsporen

Bij verspreide aanwezigheid moet de bron worden opgespoord, zoals:

  • Vogelnesten

  • Dode dieren

  • Onbereikbare ruimtes (bijv. spouwmuren)

Systematisch noteren van waarnemingen helpt bij een effectieve aanpak.


Veiligheid

De gebruikte bestrijdingsmiddelen zijn giftig voor mensen en huisdieren:

  • Niet inademen

  • Geen contact met voedsel

  • Behandeling laten uitvoeren door een professionele plaagdierbeheerser

laat een reactie achter

*

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.