Mollen (Talpa europaea L.)

Algemeen

De mol is een in Nederland algemeen voorkomende zoogdiersoort die voornamelijk ondergronds leeft. Hoewel mollen nuttig zijn voor de bodemstructuur, kunnen zij door hun graafactiviteiten aanzienlijke overlast en schade veroorzaken aan gazons, tuinen, sportvelden en bermen.

Uiterlijk

De mol heeft een zachte, dichte vacht die meestal zwart is; de buikzijde is vaak grijzer van kleur. Dankzij de water- en zanddichte vacht ondervindt de mol weinig hinder van kou en vocht.

Kenmerken:

  • Zeer kleine ogen, ter grootte van een speldenknop
  • Geen zichtbare oorschelpen
  • Tast- en snorharen rond de spitse snuit
  • Krachtige voorpoten, naar buiten gedraaid en verbreed met een extra vinger
  • Cilindrisch lichaam zonder duidelijke hals

Afmetingen:

  • Lichaamslengte: 125–165 mm
  • Gewicht: mannetjes circa 120 gram, vrouwtjes circa 90 gram

Zintuigen

Mollen beschikken over:

  • Een uitstekend ontwikkelde tastzin
  • Speciale organen voor het waarnemen van temperatuur- en vochtveranderingen

Reuk en gehoor zijn matig ontwikkeld, terwijl het zicht zeer beperkt is.

Voortplanting

In het vroege voorjaar verlaten mannetjes hun territorium op zoek naar een vrouwtje. Mollen kunnen daarbij ook zwemmen.

  • Paring: maart–april
  • Draagtijd: 4–5 weken
  • Aantal jongen: 2–7 (meestal 4–5)

De jongen:

  • Geboortegewicht: circa 3,5 gram
  • Lengte bij geboorte: circa 35 mm
  • Na 3 weken bijna volgroeid
  • Zoogperiode: 4–5 weken

Na ongeveer 2–3 weken in het gangenstelsel van de moeder verlaten de jongen eind juni het nest om een eigen territorium te zoeken. Veel jonge mollen vallen ten prooi aan roofdieren of het verkeer.

Territoria en gangenstelsels

Mollen leven buiten de voortplantingsperiode solitair. Ieder dier heeft een eigen territorium.

  • Gemiddelde territoriumgrootte: circa 400 m²
  • Totale lengte gangenstelsel: circa 150 meter

Gangen

  • Oppervlakkige gangen (jaaggangen): lichte verhogingen in de bodem
  • Diepere gangen: hierbij wordt grond naar boven gewerkt, wat resulteert in molshopen

Een mol kan per uur 12–15 meter gang graven. Het territorium wordt fel verdedigd tegen soortgenoten. Vrijgekomen territoria worden snel door naburige mollen ingenomen.

Territoria bevinden zich vaak langs:

  • Perceelscheidingen
  • Heggen en afrasteringen
  • Slootkanten en bermen

Voedsel

Het hoofdvoedsel van de mol bestaat uit:

  • Regenwormen
  • Insectenlarven en poppen
  • Slakken

Dagelijks eet de mol ongeveer de helft van zijn eigen lichaamsgewicht.

Activiteit

Mollen zijn niet continu actief. Meestal zijn er drie activiteitsperioden van circa 4 uur per etmaal.

  • November–februari: één periode overdag, één korte periode ’s nachts
  • Mei–augustus: rustperioden variabel; geen activiteit midden in de nacht

Bestrijding van mollen

Bij ernstige overlast kan bestrijding noodzakelijk zijn. Hiervoor bestaan verschillende methoden.

Chemische bestrijding

  • Toepassing van fosforwaterstofpillen (PH₃)
  • Pillen worden met een speciaal apparaat in de gang geplaatst
  • Gasvorming door vocht; gas is dodelijk voor de mol

Voor deze methode gelden strenge eisen aan deskundigheid en opleiding.

Niet-chemische methoden

  • Vangen met vangkooien (levend vangen en elders uitzetten)
  • Handmatig scheppen bij zichtbare activiteit (vereist veel geduld)

Mollenklem

De meest toegepaste methode is het vangen met een mollenklem.

Plaatsen van een mollenklem

  • Druk gangen en hopen een dag vooraf goed in
  • Controleer de volgende dag of er opnieuw activiteit is
  • Plaats de klem in een rustige, goed belopen gang
  • Zorg dat de klem correct en stevig is geplaatst
  • Maak de gang donker (bijvoorbeeld met een emmer)

Bij correcte plaatsing wordt de mol direct gedood.

Deskundige hulp

Vormen mollen een structurele plaag, dan is het raadzaam een deskundige in te schakelen.

Let op: op dit moment nemen wij helaas geen nieuwe klanten aan voor mollenbestrijding.

Zelf doen? Klik hier voor onze producten om zelf mollen te vangen.