Kakkerlakken

De Duitse Kakkerlak (Blatella germanica L.)

Algemeen

Behalve in woonhuizen kan de Duitse kakkerlakken in onder meer levensmiddelenbedrijven, bakkerijen, hotels, restaurants, ziekenhuizen en aan boord van schepen in grote aantallen voorkomen. Ze verspreiden een onaangename geur, die ook door levensmiddelen kan worden opgenomen; de geur wordt veroorzaakt door het uitscheidingsprodukt van een rugklier.

Voor kou zijn ze gevoelig; een temperatuur van -4 °C gedurende ca. 12 uur is doorgaans fataal. Ze prefereren een temperatuur van 25-32 °C en een relatieve luchtvochtigheid van 70% of hoger. Duitse kakkerlakken zijn alleseters en voeden zich enerzijds met onze levensmiddelen, doch kunnen ook leven van dode dieren, uitwerpselen en afvalstoffen en kunnen dragers zijn van o.m. bacteriën en mijten.

Mede omdat ze in aanraking komen met allerlei vuil, verslepen ze smetstoffen en kunnen ze onder bepaalde omstandigheden ziekten overbrengen. Hun aanwezigheid in de directe omgeving van de mens is volstrekt ongewenst. In de tropen zijn het opruimers in de natuur en dienen tevens als voedsel voor grotere dieren, o.m. voor vogels.

Uiterlijk en leefwijze

De Duitse kakkerlak, de meest algemeen voorkomende soort kakkerlak in ons land is strogeel tot lichtbruin van kleur met twee zwarte lengtestrepen op het borstschild. Het volwassen dier is 1.1-1.5 cm lang en gevleugeld. De mannetjes zijn slanker dan de vrouwtjes. Duitse kakkerlakken vliegen overigens alleen bij een zeer hoge luchttemperatuur. Het dier houdt zich op in o.m. woningen, bakkerijen, hotels, restaurants en ziekenhuizen, maar wordt ook op vuilstortplaatsen aangetroffen, waar gunstige levensvoorwaarden aanwezig zijn, nl. broeiwarmte en overvloed aan voedsel. Wordt tegen hun aanwezigheid op vuilstortplaatsen niets ondernomen, dan neemt de populatie snel toe en kunnen de dieren in de zomermaanden naar de omliggende behuizingen trekken.

Kakkerlakken zijn lichtschuw. Overdag houden ze zich schuil op donkere, warme vochtige plaatsen: in, achter en onder keukenkastjes, bij motoren van koelkasten, onder plinten, in leidingkokers en putje, in kieren en naden, in badkamers, bij aquaria, etc. ’s Nachts gaan ze op zoek naar voedsel. Voorraden maken ze niet, doch ze foerageren elke nacht, waarbij ze zich zeer snel verplaatsen.

Voedselgebrek doorstaan kakkerlakken geruime tijd. Van de Duitse kakkerlak is b.v. bekend, dat bij 22 °C de jonge larven 10, oudere larven 22, mannetjes 15, wijfje met eipakket 30 en zonder eipakket 40 dagen voedsel kunnen ontberen. Bij gebrek aan voedsel knagen ze aan o.m. papier en leer.

Ontwikkeling

De ontwikkeling van het insect geschiedt vrij langzaam. Het wijfje draagt de eieren in een pakketje, dat er gemiddeld 30 bevat, afhankelijk van de luchttemperatuur ongeveer 3-5 weken aan het achterlijf met zich mee voor ze het op een willekeurige plaats afzet. Volwassen wijfjes produceren gemiddeld 7 eipakketjes gedurende hun levensduur van ca. een half jaar. Kort na het afzetten van dit eipakket komen de vleugelloze larven uit, die via 6 vervellingen na 1,5 maand, of later bij temperaturen lager dan ca. 25 °C, volwassen zijn. De ontwikkelingsduur van ei tot volwassen kakkerlak is bij 25 °C ca. 2 maanden.

De gedaanteverwisseling is onvolledig, d.w.z. dat de larven bij de geboorte op het volwassen insect (imago) lijken en alleen in grootte en door het ontbreken van vleugels daarvan verschillen. Bij elke vervelling komt de vleugelaanleg meer tot ontwikkeling. Het eipakket van de Duitse kakkerlak is bleekbruin (geelachtig), 8 x 3 x 2 mm. Het chitine omhulsel vertoont dwarsgroeven en boven en onder een lengtenaad, die bij het uitkomen van de larven breekt. Dat de temperatuur bij de ontwikkeling een belangrijke rol speelt, blijkt uit het feit, dat lagere temperaturen de ontwikkeling met enige maanden kunnen verlengen.

De verspreiding van kakkerlakken vindt o.m. plaats door het binnenbrengen van meermalen gebruikte dozen, manden, kisten, containers, etc. , met bagage en door verhuizingen en transporten.

specialisten in het weren en bestrijden van ongedierten